• 1
  • 2
  • 3
  • 4

Zijn NAM onderzoeken nog wel serieus te nemen?

De GBB wordt door het SodM bevestigd in haar kritische en wantrouwende houding ten opzichte van onderzoeken door de NAM. De GBB zet op een rij wat het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zoal vindt van de NAM onderzoeken van eind oktober en begin november 2015.
Je wordt er niet vrolijk van!

Inwoners van het gaswinningsgebied, i.c. de Groninger Bodem Beweging (GBB), staan op basis van historische ervaringen uiterst kritisch en wantrouwend tegenover de ‘onafhankelijke’ onderzoeken geinitieerd door de NAM. Maar is dit eigenlijk wel terecht?  Kan het zijn  dat de GBB haar oordeel teveel  laat beïnvloeden door achterdocht ten opzichte van de schadeveroorzaker NAM?  Mogelijk, maar laten we daarom eens kijken naar wat het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vindt van de NAM-onderzoeken die eind oktober en begin november 2015 bij het SodM zijn ingediend.(1)

De  belangrijkste opmerkingen van het SodM over  de NAM onderzoeken zijn:

Productieniveau en bevingen 

1e "De metingen bevestigen dat het aantal aardbevingen en de regionale verdeling van de bevingen beïnvloed worden door de hoogte en verdeling van de gasproductie. Als de gasproductie afneemt, neemt daardoor het aantal bevingen af en vermindert de kans op sterke bevingen." (SodM, 4).
2e Bij een productieniveau van 27 miljard en ook bij 21 miljard zal het aantal aardbevingen en daardoor het seismisch risico in de komende 5 jaar (en ook nog in de jaren daarna) naar verwachting toenemen (SodM, 5).

Commentaar GBB:  Eindelijk levert de NAM zelf data die een bevestiging zijn van hetgeen in het bevingsgebied al ervaren wordt. En deze data zijn een  ondersteuning van het al jarenlang door de GBB gevoerde pleidooi om naar minder dan 12 miljard kuub gaswinning te gaan (zie advies:  SodM van januari 2013).  Immers, minder gaswinning = kleiner aantal bevingen en ook minder hevige bevingen.

3e De NAM beschouwt een productieniveau van 33 miljard voor de periode 2016-2021 als een verantwoord niveau van gaswinning, omdat de versterkingsoperatie van 4000 huizen die daaraan verbonden is binnen 5 jaar is te realiseren (SodM, 5).
Het SodM komt echter tot de conclusie, dat dit aantal van 4000 zeer onzeker is. In werkelijkheid zou het veel hoger kunnen uitvallen. Bovendien zal bij een productieniveau van 33 miljard ook na 2021 nog een lange periode van versterking nodig zijn en niet kunnen worden voldaan aan de vastgestelde veiligheidsnorm. (SodM, 5).

Commentaar GBB: De conclusie is dat bij de NAM veiligheid niet centraal staat. Gas winnen en zoveel mogelijk is het enige dat telt en het onderzoek staat in dienst daarvan.

 

Omslagpunt veiligheid inwoners 

4e SodM  heeft in juni 2015 geadviseerd om de NAM te laten bepalen “bij welke combinatie van jaarproductie, productieverdeling en gebouwenversterking het omslagpunt ligt naar een veiligheidsniveau dat voldoet aan de vastgestelde norm”. "De NAM heeft dit advies niet opgevolgd. De NAM focust op een productieniveau van 33 miljard.” (SodM, 5).

Commentaar GBB: Minder parlementair uitgedrukt:  de NAM lapt de vraag van het SodM gewoon aan zijn laars en doet gewoon niet wat er gevraagd wordt. De vraag van de GBB is dan natuurlijk: waarom doet de NAM dit niet? Dit voedt direct het wantrouwen.

 

Seismisch dreiging en risico

5e “De analyse van het seismisch risico van de NAM gaat vooral over de veiligheid: de kans dat mensen gevaar lopen door het bezwijken van de woningen. (..) De Mijnbouwwet geeft echter aan dat er ook maatregelen moeten worden genomen om  schade aan gebouwen te beperken of te voorkómen.”(SodM, 5).

Commentaar GBB: door te focussen op veiligheid (in de betekenis van de kans dat je sterft als gevolg van een aardbeving) wordt de versterkingsopgave van woningen voor de NAM beperkt. Teneinde schade te voorkómen zouden veel meer huizen versterkt moeten worden. Hieruit blijkt dat de NAM de risico's voor bewoners gewoonweg niet serieus neemt en niet aan haar wettelijke plichten voldoet.

6e Vanwege de uitgangspunten van het NAM onderzoeksmodel zou er mogelijk een onderschatting kunnen zijn van de daadwerkelijke seismisch dreiging en risico. (SodM, 29).

Commentaar GBB: De vraag is: hoe zwaar weegt minister Kamp deze conclusie van het SodM en wat doet hij hiermee. De GBB wijst hierbij op het Rapport van de Raad voor de Veiligheid met als conclusie ‘de veiligheid van de Groningers stond nooit centraal’.

 

Bodemdaling

7e  De NAM vindt geen verandering in de bodemdaling in het centrale gebied na de sterke productie afname in januari 2014. Uit de controle studies van de TU Delft en CBS blijkt dit juist wel.  “SodM heeft geen redenen om te twijfelen aan de resultaten van de analyses die ter controle door de TU Delft en CBS zijn uitgevoerd (..) "(SodM, 18).

Commentaar GBB: het NAM onderzoek is op dit punt dus ondeugdelijk en haar conclusies zijn tendentieus.

 

Seismiciteit

8e  “De door NAM toegepaste analysetechnieken om trendbreuken vast te stellen veronderstellen een homogene ruimtelijke verdeling van de bevingen en een Poisson-verdeling in tijd. Beide veronderstellingen zijn niet realistisch en blijken een grote invloed te hebben op de door NAM verkregen resultaten. De door de CBS en TNO toegepaste analysetechnieken kennen deze beperkingen niet” (SodM, 24).

Commentaar GBB: De NAM doet dus  verkeerde veronderstellingen met een grote invloed op de resultaten, die vervolgens in het voordeel van de NAM uitpakken. Dodelijke kritiek van SodM op het NAM onderzoek.

 

Grondversnellingen

9e "De (internationale) experts plaatsen kanttekeningen bij de uitgangspunten voor de modellering (door de NAM) van de grondversnellingen voor grotere magnitude bevingen (M > 4.0) (..) (SodM, 27).
(..) Geconstateerd wordt dat dit voor Groningen voor bevingen met grotere magnitude resulteert in veel lagere grondversnellingen dan elders in de wereld voor vergelijkbare bevingen wordt waargenomen, zelfs als daarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in lokale bovengrond. (..) Deze constateringen zouden kunnen betekenen dat de dreiging en daarmee het risico op dit moment onderschat worden” (SodM, 28).

Commentaar GBB: opnieuw valt een modellering van de data, waar internationaal kritiek op is, in het voordeel van de NAM uit. En laat nu juist het verstevigingsprogramma gebaseerd worden op die wellicht onderschatte grondversnellingen. Risico's worden onderschat en hierdoor de verstevigingskosten gedrukt. Het riekt naar manipulatie van het onderzoek.

 

Overlijdensrisico

10e “De risicoberekeningen van de NAM zijn uitgevoerd voor alle ongeveer 150.000 gebouwen waarin regelmatig mensen verblijven. Schuren, bijgebouwen, etc. waarin individuen zich slechts heel beperkt ophouden (ongeveer 110.000) zijn van de analyse uitgesloten. Ook gebouwen die ook zonder aardbevingen al ver onder de bouwnorm vallen zijn buiten de analyse gelaten. Om hoeveel gebouwen dit gaat en wat het risico voor de inwoners is, heeft de NAM niet geadresseerd.” (SodM, 30).

Commentaar GBB: hoe weet de NAM dat men in de schuren, bijgebouwen etc. maar beperkt aanwezig is? En impliceert deze benadering dat men deze gebouwen betreedt op eigen risico? Gezien het grote aantal zal dit zeker impact hebben op het overlijdensrisico. Nog merkwaardiger is om gebouwen die onder de bouwnorm vallen buiten de analyse te houden, terwijl de bewoners van deze panden juist het meeste risico lopen. Wederom een tendentieuze benadering in het voordeel van de geldbuidel van de NAM. Het heeft weinig met wetenschap te maken.


Overigens zijn er nog heel veel schakeringen van droefheid anders dan overlijden ten gevolge van een beving; te denken valt aan botbreuken, inwendig letsel, wonden etc. Maar de risico's daarop worden niet in de analyse meegenomen.

 

Conclusie

Het SodM kraakt de NAM-onderzoeken en bevindingen van november 2015 op een dusdanige krachtige wijze af, dat de geloofwaardigheid van NAM-onderzoek nog meer is afgenomen. De negatieve ervaringen van het verleden met NAM onderzoeken blijken helaas nog steeds realiteit.
De GBB stelt al jaren, dat onderzoek naar gaswinning daadwerkelijk onafhankelijk zou moeten zijn. Dus volledig los van de NAM, ook wat betreft de dataverzameling. Bovenstaande bevindingen van het SodM ondersteunen dit nog eens. Reden genoeg voor de GBB om zeer kritisch te blijven. Het wantrouwen wordt helaas voortgaand gevoed door de NAM.

 

Dick Kleijer, secretaris GBB,

Jelle van der Knoop, voorzitter GBB.

 

(1) Zie het rapport van SodM: Seismisch risico Groningenveld. Beoordeling rapportages & advies, december 2015.

IBAN rekeningnummer
NL50 RABO 0153 1650 65
t.n.v. "Groninger Bodem Beweging"
s.v.p onder vermelding waarvoor bestemd.

deel deze pagina