meer graan

Veelgestelde vragen - Bodemdaling door gaswinning

Hoeveel is de bodem al gedaald en hoeveel gaat deze nog dalen?

De laatste grote waterpassing uit 2008 boven het Groningen veld laat een daling van de bodem zien van maximaal 30 cm in het centrum van de bodemdalingschotel (nabij Loppersum). Volgens de laatste prognose van 2010 (de verwachting van de daling op basis van berekeningen en metingen) zal de maximale bodemdaling in 2070 (einde van de gasproductie) 54 cm bedragen.

Wat merk ik zelf van de bodemdaling?

De bodem (het maaiveld) met alles wat erop staat, daalt langzaam en gelijkmatig door gaswinning. Alleen de zeespiegel en de locale waterpeilen dalen niet mee. Om wel een zelfde drooglegging (waterpeil t.o.v. maaiveld) te houden moet het waterpeil in sloten en kanalen dus meezakken. Het waterschap heeft daarom extra gemalen in werking genomen. Door bodemdaling ontstaan er geen scheuren in de bodem.

Wat voor effecten heeft de bodemdaling?

Bodemdaling heeft met name effecten op de waterhuishouding. De daling van de bodem maakt aanpassingen van het waterpeil noodzakelijk. Door deze aanpassingen kan het grondwaterpeil veranderen en kunnen er ongelijkmatige zettingen ontstaan die weer gebouwschade kunnen veroorzaken. Zeehavens, dijken en kades zakken mee en moeten opgehoogd worden om ten opzichte van het zeeniveau gelijk te blijven. Zie voor nadere uitleg “Historie van de bodembeweging ten gevolge van de gaswinning”.

Zakken de dijken ook mee met de bodemdaling en worden die wel weer opgehoogd?

De zeedijken langs de waddenkust vanaf Pieterburen naar het oosten en langs de Eemsoever tot aan de Punt van Reide zakken mee met de bodemdaling: zie hier figuur 2 en 3 bij het artikel “Historie van de bodembeweging ten gevolge van de gaswinning”). Het waterschap heeft een verplichting om de dijken op peil te houden. Ze nemen 1 keer per 5 jaar de hoogte van de dijken op en als ze niet voldoen aan de normen worden de dijken verhoogd. Tot nu toe zijn de dijken 15 cm gezakt

Als de bodem zakt, stijgt het grondwaterpeil dan niet?

Als het waterschap geen rekening zou houden met de bodemdaling zou het oppervlaktewaterpeil (=slootpeil) stijgen ten opzichte van het maaiveld en, met enige vertraging, het grondwaterpeil ook. Af en toe past het waterschap de peilen aan om de drooglegging (slootpeil t.o.v. maaiveld) en het daaraan gerelateerde grondwaterpeil zo goed mogelijk constant te houden. Dit gaat uiteraard stapsgewijs, waardoor het peil per keer met een paar cm tot 15 cm naar beneden wordt bijgesteld. Ook zijn er in het verleden nieuwe peilgebieden (schillen) gecreëerd. Er kunnen aan de randen van peilgebieden grote verschillen ontstaan tussen de drooglegging in het verleden en tegenwoordig. Hetzelfde geldt voor het grondwaterpeil. Als de verschillen groot zijn kunnen in dergelijke gebieden woningen met fundering op staal schade door peilaanpassingen oplopen.

Hoe kan ‘t dat het grondwaterpeil daalt, terwijl de bodem daalt?

Het waterschap zorgt ervoor dat het slootpeil mee daalt met de bodemdaling door het peil per peilgebied stapsgewijs te verlagen. Het grondwaterpeil volgt de aanpassing van het slootpeil met enige vertraging. De aanpassing gaat met stappen van enkele centimeters tot 15 cm per keer. Het peil wordt verlaagd door meer te bemalen. Op deze wijze wordt de dezelfde drooglegging (slootpeil t.o.v. maaiveld) van vóór de bodemdaling weer hersteld. De aanpassing van het officiële waterpeil in een peilgebied gebeurt overigens pas nadat er een peilbesluit is genomen.

IBAN rekeningnummer
NL50 RABO 0153 1650 65
t.n.v. "Groninger Bodem Beweging"
s.v.p onder vermelding waarvoor bestemd.

deel deze pagina